Begeleidingskunde en levenskunst

Dit blog is een bewerking van het essay ‘Levenskunst in organisaties’ door Hans van der Veen geschreven in het kader van het vak Begeleidingskunde als onderdeel van de Master Begeleidingskunde. Hierin heb ik de visie van Bert Coenen naast mij eigen visie geplaatst.

Levenskunst in organisaties

Begeleidingskunde is een jong vakgebied. Het is een kunde, gericht op een breed begrip: ‘begeleiden’. Want er wordt wat af-begeleid: supervisoren, coaches, counsellors, pastors, therapeuten, pedagogen, zorgverleners, leidinggevenden, ieder met een eigen vakinhoudelijke insteek. Begeleidingskundigen begeleiden organisaties in hun ontwikkeling. De begeleidingskundige hanteert empathie, emoties en verbeeldingskracht en handelt situatiegebonden (Coenen & Meijers, 2003, p. 23) en is zich bewust van zijn eigen disciplinedominantie (Otto, 2008). Hij heeft geleerd door verschillende brillen naar de werkelijkheid te kijken: organisatiekundig, veranderkundig, ethisch en ontwikkelingsgericht. Het is daarbij onmogelijk de eigen socialisatie van de begeleidingskundige in de manier van kijken buiten beschouwing te laten. Opgedane ervaringen en inzichten hebben altijd invloed op de manier van begeleiden. Zelf heb ik als leidinggevende, consultant, trainer en coach veel inzichten opgedaan tijdens verschillende vormen van begeleiden. Deze inzichten heb ik gebundeld, ik heb een methodiek ontwikkeld en dit heeft geleid tot mijn boek ‘Zinvol Ontwikkelen – Leiderschap zonder hiërarchie’ (Veen, van der, 2011). Dit boek is geen boek over projectmatig veranderen, het is geen boek over coaching of over organisatieontwikkeling. Het is ook niet een typisch boek over management of leiderschap. Maar het is dat allemaal wel een beetje. In dit essay behandel ik Zinvol Ontwikkelen als een Begeleidingskundige visie, teneinde het boek – en daarmee mijzelf – binnen dit vakgebied te kunnen positioneren. Daarbij kom ik uit op het domein van de Levenskunst.

Dit essay is als volgt opgebouwd: observaties van het probleem, begeleidingskundige visies vanuit kunst en vanuit zingeving, de symbiose tussen kunst en zingeving, de betekenis hiervan voor organisaties en tenslotte mijn conclusies. 

Het probleem

Werken in organisaties heeft iets treurigs over zich. Mensen draaien mee in systemen en patronen, die hen van bovenaf opgelegd worden. Coenen noemt dit ‘het verborgen lijden in organisaties’ (Coenen, 2004). In mijn boek (Veen, van der, 2011) betoog ik dat het van bovenaf opleggen onherroepelijk in een systeem kruipt zodra er over taken afspraken gemaakt worden. Er ontstaat een hiërarchische verhouding:  er is een uitvoerder en iemand die vervolgens controleert of het goed is uitgevoerd.
In het ideale model van bureaucratie, zoals eind 19e eeuw is bedacht door Max Weber, functioneert dit goed (Weber, 1972), in de praktijk echter niet. Het nakomen van afspraken gaat namelijk een doel op zich worden. Weber zelf noemde deze rationalisatie al ‘de onttovering van de maatschappij’. Dat wat vanzelf gaat, wat er vanzelfsprekend toe doet, wat logisch is (Grieks: Logos) wordt overheerst door wat er is afgesproken (Grieks: Nomos) (Muijen, 2013). De afstand tussen systeemwereld en leefwereld is groot (o.a. (Kunneman, 2006, p. 214), in navolging van Habermas). Begeleidingskundigen leren het als taak te zien deze afstand te overbruggen.

Coenen

Om hardnekkige systemen en patronen te doorbreken is een krachtige non-conformistische visie en kritische attitude nodig. En Coenen vindt deze attitude in de wereld van de kunst. (Coenen, 2009, p. 175) Het anders kunnen denken en dat vorm en beeld geven, het creatieve van de kunst, het schone als onderdeel van het ambacht, het lef om anders te zijn en te doen, daarin zijn de slackers het voorbeeld. ‘Slack vormt een ruimte tussen ledigheid en calvinistisch arbeidsethos, een tussenruimte waar men met niet-alledaagse wijzen van productie en consumptie experimenteert’ (p. 176).  Vanuit systeemkritiek met lef naar een ander systeem willen. Dit sluit aan bij de beweging richting duurzaamheid, die gaande is en meer en meer ruimte neemt in onze maatschappij. duurzaamheid als vrucht van de crisis. Zichzelf respecterende horeca ondernemers horen biologisch in te kopen, liefst ook arbeiders-vriendelijke koffie te schenken, met eerlijke cacao te werken. Open source systemen en kennisdeling zijn het paradigma ‘kennis is macht’ aan het ondergraven. Dit is intussen meer dan kleinschalige rebellie van enkele slackers. Sustainism (Schwarz & Elffers, 2010) is geleidelijk een ‘way of life’ aan het worden.
Coenen kiest voor kunst als inspiratiebron en ontregelen als begeleidingskundige hefboom tot verandering.

Van der Veen

Het gevecht tegen het systeem van doen omdat het is afgesproken, de baas spelen over de ander, anders gezegd: tegen het verborgen lijden in organisaties, wil ik op een andere manier voeren. Natuurlijk, ik heb kritiek op het systeem, maar kies er in mijn boek niet voor met lef en radicaliteit naar een ander systeem te willen. Ik wil liever aan de huidige manier van werken elementen toevoegen om zo het systeem van binnenuit te veranderen. Ik blijf daarmee ‘binnen de lijntjes’, aldus Coenen in zijn feedback op dit essay. De methodiek die ik heb ontwikkeld stelt de vraag ‘wat is het belang?’ centraal bij elke ontwikkeling. Dat is de essentie. Dat is een andere vraag dan ‘wat is het doel?’, die vaker gesteld wordt. Met de vraag naar het belang kies ik voor zingeving als hefboom tot verandering. En ook dit is net als duurzaamheid een maatschappelijk relevant thema. Zingeving en spiritualiteit zijn ‘in’. Religie mag weer. De visie om zingeving in het dagelijks werk in te sluiten, sluit daarom eveneens aan bij belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen. De vraag naar de zin, concreet gemaakt in de vraag naar het belang, is wellicht het paard van Troje binnenhalen in het huidige systeem. Want waarom zou ik een afspraak nakomen als die er niet toe doet? En vervolgens: waarom zou ik als leider lijden creëren als ik dat kan voorkomen door het belang, de zin van de taken, in dialoog bespreekbaar te maken? En de dialoog over belangen, met de bijbehorende verhalen, die doet er toe (Nieuwenhof, van den, 2005).

Symbiose

Onlangs verscheen Coaching de oorlog verklaard! (Coenen, 2013) waarin Coenen de diagonaal introduceert. Hieronder enkele schetsen van dit concept. De diagonaal symboliseert het verbinden van het resultaatgerichte (verticaal) en het mensgerichte (horizontaal).

Diagonaal voorbeelden

 

 

Wellicht benadert Coenen de diagonaal wel meer vanaf rechtsonder, vanuit de leefwereld, en ik vanaf linksboven, vanuit de systeemwereld. Waarbij ik zoekende ben naar waar beiden elkaar treffen. Dat zoeken geef ik woorden in het vervolg van dit essay.

Een overeenkomst tussen kunst en zingeving is het narratieve aspect. Kunst vertelt een verhaal en draagt bij aan een diepere beleving van dat verhaal. Vanuit een constructivistische ontologie creëren we de werkelijkheid door deze te vatten in taal en te delen in dialoog; de werkelijkheid is een meervoudig begrip (Dongen,  Laat & Maas, 1996, p. 21). Als dat zo is dan creëren we zingeving ook in dialoog, door onze verhalen over het leven te delen. Religies staan bol van de verhalen, die geleefd zijn en herleefd worden.
Kunst en zingeving raken elkaar daar waar we spreken van levenskunst. Foucault definieert levenskunst als volgt: ‘Daaronder moeten weldoordachte en bewuste praktijken worden verstaan waarmee mensen niet alleen gedragsregels voor zichzelf vaststellen maar proberen zich te veranderen, hun eigen wezen te wijzigen en van hun leven een kunstwerk te maken dat bepaalde esthetische waarden meedraagt en aan bepaalde stijlcriteria beantwoordt’ (Kunneman, 2006, p. 232). Over levenskunst is veel literatuur te vinden die ons terugvoert naar de oude Grieken (Dohmen, 2002). Dit thema is maatschappelijk relevant en geniet momenteel veel aandacht. Levenskunst is wakker zijn, is levend, is scherp, is alles behalve in slaap gedut. Levenskunst is de creativiteit en het lef om het leven zinvol te leven: Schuren, knutselen en schooieren om zinvol te ontwikkelen.

Organisaties

Vanuit onvrede met het systeem dat lijden in organisaties creëert, kom ik in dit essay tot levenskunst als antwoord. We kunnen ons echter niet allemaal terugtrekken in de kunst of mystiek. Levenskunst zal een plek moeten krijgen ‘on the job’: het vinden van het schone en het goede, van esthetiek en ethiek in dat wat je met een groot deel van je leven doet: werken. Het midden van de diagonaal vinden in organisaties is een vorm van levenskunst.

Wat betekent dit nu voor de ontwikkeling van organisaties? Een organisatie wordt gedefinieerd als een groep mensen met een gemeenschappelijk doel (www.woorden.org). Vanuit deze definitie wil ik twee dingen zeggen die ik hierna illustreer vanuit een praktijkvoorbeeld.
Ten eerste: een organisatie ontwikkelt zich niet als de mensen zich niet ontwikkelen. Persoonlijke ontwikkeling is de hefboom voor de ontwikkeling van het grotere geheel (Vandamme, 2009). Zonder persoonlijk leiderschap – en in de lijn van dit essay: zonder persoonlijke levenskunst – ontwikkelt de organisatie zich niet.

Ten tweede: Het gemeenschappelijke doel geeft richting en energie als het is gericht op een zinvolle bijdrage (Veen, 2011).

Alledaagse levenskunst

En daar sta je dan, als begeleidingskundige. Levenskunst als antwoord op organisatie-problemen… Het klinkt prachtig, maar kunnen we dat concretiseren? Voor je het weet ben je ‘The fool on the hill’ (Lennon & McCartney, 1967), die weliswaar een heldere blik op het leven heeft, maar door zijn omgeving niet wordt begrepen.  Daarom wil ik vanuit meervoudigheid nog een ander perspectief aanreiken, een perspectief dat begeleidingskundig is, omdat het recht doet aan een andere beleving en daarmee aan een andere werkelijkheid. Het nakomen van afspraken, die opgelegd worden door systemen, is niet alleen maar negatief. Ik heb mensen met veel arbeidsvreugde aan relatief zinloze taken zien werken. Er is niet alleen maar lijden in organisaties. De behoefte aan duidelijkheid, overzicht, iets concreets bereiken en daar waardering voor ontvangen wordt bevredigd binnen het systeem dat gebouwd is rond afspraken, contracten en opdrachten. Deze bevrediging van behoeften is een sterke kracht die het systeem in stand houdt (Senge, 1992). Als begeleidingskundige is het van belang open en oordeelvrij daar tegenover te staan. Wellicht is het tevreden zijn met een afgebakende, routinematige taak en vervolgens ’s avonds de zon onder zien gaan ook een vorm van levenskunst. Levenskunst volgens de Benedictijnen is dat wat je doet met hart en ziel doen. Of je nu de gebeden verzorgt in de kapel, of de vaat wast in de keuken, het is even belangrijk. Het gaat om de houding van waaruit je dat doet (Derkse, 2000).

Conclusies

Via kunst en zingeving kom ik uit bij levenskunst, en daarmee heb ik een breed domein aangeboord om het begeleidingskundig handelen mee te inspireren en verrijken. Deze verbinding tussen levenskunst en begeleidingskunde is reeds vanaf het begin aanwezig geweest (Coenen, 2009, p. 28). Buiten organisaties zijn mensen soms tot buitengewoon levenskunstig gedrag in staat. In organisaties kan dat ook, maar de complexiteit is groter en de tegenkrachten zijn sterk. 

Ik denk dat mijn methodiek (Zinvol Ontwikkelen) kan bijdragen aan ‘levenskunstig gedrag’ binnen organisaties. De impact zal afhangen van het niveau waarop Zinvol Ontwikkelen wordt ingezet; dat kan op elk niveau beginnen. Daarmee gaat niet radicaal het roer om, maar kan wel een koerswijziging worden bereikt. En ook een geleidelijke ontwikkeling kan achteraf belangwekkend blijken.

Geciteerde werken

Coenen, B. (2004). Het verborgen lijden in organisaties: een pleidooi tegen de aanpassing. Soest: Nelissen.

Coenen, B. (2009). Schuren, knutselen en schooieren – Coachen als praktijkwetenschap: een begeleidingskundig perspectief. Barneveld: Nelissen.

Coenen, B. (2013). Coaching de oorlog verklaard. Een driedimensionale benadering van denken en handelen bij begeleiding en verandering. Rotterdam: 2010 Uitgevers

Coenen, B., & Meijers, S. (2003). Begeleidingskunde; comprehensive coaching. Soest: Nelissen.

Derkse, W. (2000). Een levensregel voor beginners; Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijkse leven. Tielt: Lannoo.

Dohmen, J. (Red.). (2002). Over levenskunst; De grote filosofen over het goede leven. Ambo/Anthos.

Dongen, van, H., Laat, de, W., & Maas, A. (1996). Een kwestie van verschil; conflicthantering en onderhandeling in een configuratieve integratietheorie. Delft: Eburon.

Feltmann, E., Lubbers, B., & Metsemakers, M. (2010). Denkadviseren: denken ontstroeven, adviseren als taalspel. Amsterdam: Mediawerf.

Kunneman, H. (2006). Voorbij het dikke-ik; bouwstenen voor een kritisch humanisme Deel 1 (4e ed.). Amsterdam: SWP.

Lennon, J., & McCartney, P. (1967). The fool on the hill. (The Beatles, Uitvoerend artiest)

Muijen, H. (2013, juni 21). College Organisatie-ethiek HAN Master Begeleidingskunde. Nijmegen.

Nieuwenhof, van den, R. (2005). De taal van verandering. Schiedam: Scriptum.

Otto, M. (2008). Verkennen wat er gaande is. In J. Boonstra (Red.), De Verandermanagementbox (Audio CD reeks). Amsterdam: Mainpress.

Schwarz, M., & Elffers, J. (2010). Sustainism is the new modernism. Distributed Art Publishers.

Senge, P. (1992). De vijfde discipline; kunst en praktijk van de lerende organisatie. Schiedam: Scriptum.

Vandamme, R. (2009). De Vork – Methodiek voor persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling. Vandamme Instituut.

Veen, van der, H. (2011). Zinvol Ontwikkelen – Leiderschap zonder Hiërarchie. Amsterdam: Boom/Nelissen.

Wierdsma, A., & Swieringa, J. (2011). Lerend organiseren en veranderen – als meer van hetzelfde niet helpt. Groningen: Noordhoff.

www.woorden.org. (sd). Opgeroepen op juli 25, 2013, van Woorden Nederlandse taal: http://www.woorden.org/woord/organisatie

Leave a Reply